1,7% groei in 2017

growth-key

Naar halfjaarlijkse gewoonte heeft het VBO in het laatste kwartaal van 2016 zijn sectorfederaties bevraagd over de conjuncturele ontwikkelingen in hun sector. De eerste vaststelling is dat er zich, in het algemeen, zeer uiteenlopende ontwikkelingen hebben voorgedaan in de verschillende geledingen van onze economie. De exportgerichte sectoren boekten gestaag vooruitgang en laten bemoedigende prestaties optekenen. Sectoren die sterk afhankelijk zijn van de binnenlandse vraag hadden te lijden onder de impact van de terroristische aanslagen. Toch lijken ook zij nu geleidelijk de draad terug op te pikken.

Pieter Timmermans, gedelegeerd bestuurder van het VBO:2016 was internationaal een uiterst bewogen jaar, maar de Belgische ondernemingen hebben goed standgehouden. Dat is zeker het geval voor de exportgerichte bedrijven, onder meer dankzij de regeringsmaatregelen ter versterking van onze concurrentiekracht. Het gevoerde regeringsbeleid om de concurrentiekracht van onze economie te versterken, gecombineerd met het gematigd loonakkoord van januari 2015, begint zijn vruchten af te werpen.”

Bedrijvigheid en investeringen in stijgende lijn

De vooruitzichten voor de nabije toekomst zijn eerder gunstig. Zowat 44% van de bevraagde sectoren verwacht in de komende zes maanden een toename van hun bedrijvigheid, en eenzelfde percentage gaat uit van een status quo. Gewogen naar de toegevoegde waarde in de bevraagde bedrijfstakken, zien we dat zelfs 63% van de respondenten een stijging van de activiteit verwacht. Slechts 12,5% van de respondenten verwacht een verminderde activiteit. Het gaat dan om de textiel- en machinebouwsector. De textielsector, voor wie het Verenigd Koninkrijk de derde belangrijkste afzetmarkt is (12,4% van de Belgische export), heeft nu al te lijden onder de Brexit. Dit is, meer in het algemeen, het geval voor 44% van de bevraagde sectoren. Op korte termijn vermelden ze vooral de impact van de depreciatie van het Britse pond op hun uitvoer (zowel op volumes als op prijzen) naar de Britse markt.

Vervolgens blijkt uit onze enquête bij de federaties ook nog steeds gunstige investeringsvooruitzichten: slechts 12,5% van de bevraagden verwacht minder investeringen, 25% verwacht een stijging en 62,5% een status quo van de investeringsgroei in hun sector. Als we bedenken dat die investeringsgroei in 2016 5 à 6% bedroeg, is dat zeker niet slecht. In dit kader is het ook belangrijk om vast te stellen dat de klemtoon steeds minder gelegd wordt op rationalisatie-investeringen. De focus ligt nu meer op investeringen in innovatie.

Werkgelegenheid in privésector zou verder toenemen

Ondanks de aankondiging van enkele grote herstructureringen bleef de werkgelegenheid toenemen. In de eerste drie kwartalen van 2016 staat het aantal netto gecreëerde jobs al op 46.200, meer dan over het hele jaar 2015. Bovendien worden 7 van de 10 nieuwe jobs gecreëerd in de privésector, waar er nu al 10 kwartalen op rij netto jobs bijkomen. Sinds eind 2015 neemt de werkgelegenheid voor het eerst sinds de crisis ook weer toe in de verwerkende nijverheid. De maatregelen tot matiging van de loonkosten hebben hier in belangrijke mate toe bijgedragen.

Ruim 56% van de bevraagde sectoren gaat ervan uit dat de werkgelegenheid stabiel zal blijven in de komende 6 maanden. 19% − de dienstensectoren − denkt dat er extra werkgelegenheid zit aan te komen. De uitzendsector, die een voorloper is voor de evolutie van de arbeidsmarkt, blijft optimistisch. Bij de 25% sectoren die zich meer pessimistisch uitlaat, vinden we de textielsector, getroffen door de Brexit, de cementindustrie, de machinebouw en de bouw, voor wie de stijgende activiteit de aanzienlijke detachering van werknemers niet lijkt te kunnen compenseren.

1,7% groei is mogelijk… mits de geplande hervormingen worden uitgevoerd!

De vooruitzichten van onze sectoren over de economische bedrijvigheid in de komende maanden geven zeker aanleiding tot een gematigd optimisme. In 2017 zou de economie, voor zover de externe risico’s verbonden aan de onzekere politieke context zich niet realiseren, volgens het VBO dan ook wat sterker kunnen groeien: 1,7 à 1,8%. Het lijkt er immers op dat de sectoren die na de aanslagen economisch de zwaarste klappen kregen, de draad opnieuw kunnen oppikken. Tegelijk zou de sterke exportgroei zich moeten voortzetten.

“De vooruitzichten voor de Belgische economie blijven dus relatief gunstig, maar we mogen niet op onze lauweren rusten! Zo zijn om te beginnen omvangrijke investeringen in infrastructuur absoluut noodzakelijk om de mobiliteits- en fileproblemen te verzachten en is er nood aan een uitgetekende energievisie. Verder blijft een verlaging van de vennootschapsbelasting essentieel als men het investeringsklimaat van onze ondernemingen wil verbeteren. Ten slotte moeten we blijvend aandacht hebben voor de loonkostenhandicap, want elk concurrentienadeel vertraagt de potentiële groei, remt jobcreatie af en bijgevolg ook de koopkracht van de bevolking. De op stapel staande hervorming van de wet van ‘96 tot vrijwaring van de concurrentiekracht kan hiertoe bijdragen, doordat het een gematigd loonakkoord mogelijk maakt.”, aldus Pieter Timmermans.

/ Uncategorized

Share the Post

About the Author

Comments

No comment yet.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *